Ik ben bezig met uitzoekwerk voor de appel- en perenbomen. Een mailtje van de Fruithof heeft al goed geholpen. We moeten appelbomen hebben met een zwakke onderstam (M9). De Fruithof raadt Malus Topaz, Rajka, Pinova en Santana aan.
Op de site www.houtwal.be vond ik nuttige informatie over goede en slechte buren voor fruitbomen. Om een aantal redenen is het goed om andere planten bij fruitbomen te laten groeien.
- Bepaalde ziekten en plagen kunnen soms minder optreden.
- Nuttige insecten kunnen beter overleven. Overlevende Lieveheersbeestjes, oorwormen en sluipwespen ruimen tijdig schadelijke bladluizen op.
- Sommige planten zijn signaalplanten. Een beginnende aantasting is eerst merkbaar bij sommige planten.
- Blauwbessen, aardbeien en druiven worden gemakkelijk aangetast door de larven van de taxuskever. Plant u een signaalplant of voedsterbankplant in de omgeving zoals sleutelbloemen en struikboontjes, dan worden die eerst aangevreten.
- Rode trosbessen in de omgeving van appelbomen geplant vertonen eerder kaliumgebrek, zodat er dan nog kan bijgemest worden. Rode trosbessen worden sneller aangetast door bepaalde bladluizen en de lieveheersbeestjes komen die parasiteren. Als er korte tijd nadien op de appelbomen een aantasting door rose appelluis komt, dan worden die door de nabij zijnde lieveheersbeestjes opgeruimd.
- Sommige buurplanten hebben een opvallende geur en kunnen hiermee schadelijke insecten in de war brengen, zodat ze elders gaan. Knoflook zou bladluizen verjagen.
- Sommige planten (Tagetes patula en Calendula) kunnen bepaalde vrijlevende bodemaaltjes doden.
- Bij frambozen naast een grasplein/ gazon hoeven te ver groeiende grondscheuten niet meer weggesnoeid te worden. Ze kunnen gemakkelijk afgemaaid worden.
- Sommige schimmels (mycorrhiza) leven in symbiose met bepaalde planten. Blauwe bessen groeien beter als die bepaalde paddestoelen/schimmels aanwezig zijn.
- Minder voedingsstoffen spoelen uit en ze blijven in de bovenste grondlaag aanwezig.
- Minder problemen met hinderende eenjarige zaadonkruiden. Vele onkruiden hebben licht nodig om te kiemen. Een begroeide grond laat minder eenjarige onkruiden kiemen.
- Een meer bedekte grond zorgt voor minder structuurbederf in regenrijke perioden.
De volgende planten zijn goede buren van fruitbomen:
Eenjarigen: Oost-Indische kers (Tropaeolum), Nieuwzeelandse spinazie (Tetragonia), afrikaantjes (Tagetes patula)–> aaltjesdodend, goudsbloemen (Calendula officinalis), Spiegeleitje/ moerasbloem (Limnanthes douglasii).
Tweejarige planten: Myosotis sylvatica (vergeet-mij-nietje), sleutelbloem (Primula).
Doorlevend: rode trosbes (Ribes rubrum), Zenegroen (Ajuga reptans), bieslook, Grote ereprijs (Veronica persica)
En de volgende planten zijn slechte buren:
Bijenvriend (Phacelia), vlinderbloemigen (o.a. erwten, bonen. Deze stimuleren de uitbreiding van wortelaaltjes)
Waardplanten van wortelaaltjes: anjer, Pyrethrum, scheefbloem, trollenbloem, korenbloem, lelietje der dalen, voorjaarszonnebloem, kerstroos, schurftkruid, scharnierbloem en naald van Cleopatra.
Voor aaltjes gevoelige bolgewassen: narcis, ranonkel, lelie, tulp, gladiool, hyacint, crocus, crocosmia
Dit leek me goed om te weten (vandaar dat ik deze categorie heb toegevoegd) en informatie over combinatieteelt kunnen we voortaan vinden onder deze gelijknamige categorie.